De oudste gemeente, Bet Jacob, werd geleid door de hoogduitse
rabbijn Uri haLevie uit Emden die volgens de vele legenden en
overleveringen een groep van deze Portugese mannen in zijn
thuisstad Emden had ontmoet. Na een gesprek zou hij zich bereid
hebben verklaard zich samen met zijn zoon in Amsterdam te vestigen
en de Portugese mannen te helpen tot het jodendom van hun
voorouders terug te keren.
Rabbijn Uri haLevie wordt nog altijd herdacht
als grondlegger van de Amsterdamse Sefardische gemeente. Zijn eigen
Torarol liet Uri haLevie - toen hij op hoogbejaarde leeftijd naar
Emden terugkeerde - in Amsterdam na. Deze Torarol is het oudste en
meest bijzondere object uit het bezit van de Portugese
Gemeente.
De eerste synagogediensten van de gemeente Bet Jacob vonden
plaats in het huis van Jacob en Rachel Tirado. Zij zijn de
schenkers van een schitterend Toraschild voor Rosj chodesj dat zij
in 1606 voor de gemeente Bet Jacob lieten vervaardigen door de
Emdense zilversmid Leendert Claesz (Emden ca. 1581-overleden na
1629) die zich eveneens rond die tijd in Amsterdam had
gevestigd.
In een kort tijdsbestek vormden zich drie Sefardische gemeenten met
hun eigen synagogen. Alle drie de Sefardische gemeenten brachten
ceremoniële objecten bijeen ter verfraaiing van de Tora en voor
gebruik in de eredienst. Zoals uit de oude inventarissen blijkt
waren zij allen actief in de opbouw van de collecties ceremoniële
objecten door zowel actieve aankoop, schenkingen van gemeenteleden
en bruiklenen.